Schaakkring Olympos Wervik


SCHAAKKRING OLYMPOS WERVIK : WEDSTRIJDREGLEMENT (2015-2016)

1. Iedere deelnemer moet het lidgeld betalen ten laatste op 20 augustus (voor de algemene vergadering).
2. Elke deelnemer krijgt vooraf een volledige wedstrijdkalender met de speeldata (via internetlink).
3. Tornooiformule : clubcompetitie : volgens aantal deelnemers,
wisselbeker 5 ronden Zwitsers, Rapid 5 ronden Zwitsers, open bekertornooi 5 ronden Zwitsers.
4. De partijen dienen op de vooraf geplande datum gespeeld te worden. Op voorhand spelen mag. Wie belet is zijn
partij aan te vangen of zijn afgebroken partij verder te spelen op die voorziene datum, moet ten laatste de dag voor
de voorziene dag de tegenspeler en de tornooileider verwittigen ! Tegelijkertijd met het uitstellen wordt tussen
beide spelers zo snel mogelijk een nieuwe datum afgesproken en deze wordt medegedeeld aan de tornooileider.
In principe wordt er gespeeld op de eerstvolgende inhaalvrijdag; ook inhalen op een andere dag of vrijdag kan.
Slechts 1 uitstel per partij is mogelijk. De tornooileider kan 2 vrije spelers die een achterstallige/afgebroken partij
te spelen hebben, opleggen deze partij te spelen. Een wedstrijd uitstellen de (vrij)dag zelf, staat gelijk met forfait ,
behalve bij overmacht. Per ronde worden slechts 2 forfaits per speler aanvaard, 3 betekent de uitsluiting.
5. Het tijdschema voor de clubcompetitie bedraagt 1u30 per speler
en 30 seconden per zet (instelling 17). Rapid : 15 minuten. Open beker : 15 minuten.
6. De wedstrijden starten telkens om 19u30. Bij afwezigheid van de witspeler wordt zijn klok om 19u30 gestart en
begint het aftellen van één uur tot forfait. Betreft het de zwartspeler, dan wordt de klok van de witspeler gestart
waarbij deze na zijn bedenktijd en het uitvoeren van zijn zet, zijn klok stilzet. Het aftellen van het forfaituur voor
zwart start dan. Bij gegronde reden (bijv.werk) kan een speler een uitzondering vragen om altijd wat later te starten.
7. De punten zijn bij winst 3, remise 2, verlies 1 en forfait 0. De scheidingspunten zijn in afnemende volgorde :
onderling resultaat, Sonneborg-berger systeem en ELO-prestatie.
Scheidingspunten open beker : onderling resultaat, daarna Bucholz cut 1, Bucholz, Sonneborn-Berger en aantal zwart gewonnen.
8. Overeenkomstig de regels van de VSF wordt er niet gerookt en niet getelefoneerd in de speelzaal.
9. Partijen analyseren in de tornooizaal (vooral wanneer meerdere partijen begonnen zijn met dezelfde openings-
variant) mag niet, maar kan achteraf gebeuren in de bar. Het is verboden de tegenstander af te leiden of te hinderen,
ook bijv. het alsmaar aanbieden van remise.
10. Eénmaal een stuk aangeraakt, dient men er mee te spelen, tenzij het een onmogelijke zet betreft.
Raakt men een stuk van de tegenstrever, dan dient dit stuk genomen, tenzij het een onmogelijke zet is.
11. Onbesliste partij :
Pat, zoals mat, betekent het einde van de partij; zelfs indien een speler opgeeft in een patstelling die hij niet zag,
is de partij remise. Wanneer dezelfde stelling drie of meermaals voorkomt. Het is niet noodzakelijk dat de stelling
drie keer na elkaar voorkomt. Als dezelfde wordt beschouwd als met al de stukken dezelfde zetten mogelijk zijn (al
of niet mogelijkheid tot rokkade). De partij is remise als een stelling bereikt is waarin mat niet mogelijk is, door
welke reeks reglementaire zetten dan ook, zelfs bij het slechts mogelijke tegenspel.
12. Verliezen der partij :
Indien een speler de tijdslimiet overschreden heeft, kan niet meer overeengekomen worden tot remise of verder
spelen. De andere speler kan enkel winst opeisen zo hij tot dit ogenblik alle uitgevoerde zetten genoteerd heeft
(tot 3 onvolledige of niet genoteerde zetten toegelaten). De vlag wordt beschouwd te zijn ‘gevallen’ als de
tornooileider het feit waarneemt of als een der spelers dit terecht claimt. Als een speler het voorgeschreven aantal
zetten niet heeft voltooid in de toegewezen bedenktijd, dan is de partij voor hem verloren, behalve als de
tegenstander hem nooit mat kan zetten (dan remise).
13. Remise :
Een speler kan remise aanbieden na een zet op het schaakbord te hebben gedaan. Hij moet dit doen alvorens
zijn klok stil en die van zijn tegenstander aan te zetten. Een remise-aanbod op elk ander moment tijdens de
partij is wel geldig, doch moet worden getoetst aan punt 9. Aan het aanbod kunnen geen voorwaarden worden
verbonden. Het aanbod kan niet ingetrokken worden en het blijft van kracht totdat de tegenstander het aanneemt,
het mondeling afwijst, het afwijst door een zet te doen, of de partij op andere wijze is beëindigd. Het remise-aanbod
moet door beide spelers op het notatieformilier genoteerd worden met = .
14.Versneld beëindigen :
Als de speler minder dan 2 minuten op zijn klok over heeft, dan mag hij remise claimen voor zijn vlag valt. Hij
moet de klokken stilzetten en de arbiter waarschuwen. Als de arbiter ervan overtuigd is dat de tegenstander geen
poging doet de partij op een normale manier te winnen, of dat niet mogelijk is op een normale manier te winnen,
dan moet hij de partij remise verklaren.
Als beide vlaggen zijn gevallen en het onmogelijk is om te weten welke vlag het eerst viel,dan is de partij remise.
15. Na het beëindigen van een partij, is de zwartspeler verantwoordelijk om de schaakstukken en de klok in de dozen te
steken. De zwartspeler van de laatst beëindigde partij, moet al het schaakmateriaal opbergen in de schaakkast.
16. De uitslagenstrookjes worden door de (wit)spelers aan de tornooileider afgegeven. Bij afwezigheid van de
tornooileider, moet de witspeler van de laatst beëindigde partij alle resultaten ten laatste de zondagavond aan hem
bezorgen. De tornooileider stuurt zo snel mogelijk de resultaten door naar alle leden (op internet).
17. Bij betwistingen overleggen en beslissen de voorzitter, tornooileider en secretaris samen.

Home